Het Europese klimaatbeleid bestaat voornamelijk uit eenrichtingsverkeer. Dat geldt helemaal zo voor Afrikaanse economiëen, die onvoorbereid en zonder overleg worden geconfronteerd met nieuwe maatregelen die de Europese economie moeten vergroenen én beschermen. Van uitgebreid overleg over nut of noodzaak vooraf, of van begeleiding na eenzijdige implementatie, is geen sprake.

Een pijnlijk voorbeeld hiervan is het in 2023 ingevoerde carbon border adjustment mechanism (CBAM) – in goed Nederlands: grensheffingsmechanisme. Dit mechanisme zorgt voor een gelijk speelveld door te voorkomen dat een Europees bedrijf de boel kan verplaatsen naar een land waar men het nog niet zo nauw neemt met de lokale milieuwetgeving. Dit fenomeen, carbon leakage genoemd, wordt tegengegaan door de eis te stellen dat als je iets in Europa wilt verkopen, je betaalt voor de emissies die bij de productie vrijkomen – ongeacht waar deze plaatsvindt.

Met deze CO2-grensheffing creëert Europa een waarborg voor de eigen economische positie, en wil het een vertrek van Europese bedrijven de facto onmogelijk maken.

Speelveld

Kind van de rekening is de ontwikkelende economie, en dan voornamelijk Afrika. CBAM maakt het voor Afrikaanse bedrijven onmogelijk om hun oude competitieve voordeel – een minder restrictief en gereguleerd industriebeleid – te gebruiken. Zij moeten nu een CO2-grensheffing betalen bij export naar Europa en, zo mogelijk nog erger, ze krijgen er een bescheiden berg papierwerk bij om überhaupt te kunnen exporteren.

Uit voorlopige onderzoeksresultaten uit mijn studie naar de impact van CBAM op Afrikaanse economiëen valt op hoeveel Afrikaanse bedrijven aangeven de gedachte achter het grensheffingsmechanisme te onderschrijven. Zij zien het belang van klimaatwetgeving en lopen niet weg voor de mogelijke gevolgen ervan voor hun bedrijfsvoering.

In Afrika is er een breed gedragen ongeloof over de Europese naïviteit; China en Rusland plukken daar de vruchten van.

Wat er bij de Afrikaanse ondernemers niet in gaat is dat CBAM een gelijk speelveld creëert. Een gelijk speelveld betekent voor hen juist vereenvoudiging van de toegang tot de markt. Minder Europese hordes, niet méér. Ze nemen het Europa kwalijk dat deze horde zonder overleg met hen is opgeworpen.

Meer nog dan het sentiment dat Afrika zich niet gehoord voelt, is er een breed gedragen ongeloof dat het grensheffingsmechanisme, zoals het nu is vormgegeven, zijn eigen doel bereikt. Met China en Rusland die klaarstaan om bedrijven op te vangen die door de Europese markt worden buitengesloten, lopen de geopolitieke kosten van dit falen op.

Kelly Alexander is adjunctprofessor bij het Gordon Institute of Business Science aan de Universiteit van Pretoria.